Veenweide in Overijssel Karakteristiek polderlandschap
Noordwest-Overijssel staat niet alleen bekend om zijn uitgestrekte polders en brede rietvelden, het herbergt ook een bijzondere veenweidebodem. Van oudsher werd dit veen afgegraven en als turf gebruikt voor brandstof. In de loop van de tijd is het gebied verder ontgonnen, waardoor het karakteristieke polderlandschap is ontstaan.
Het droogleggen van het land en het verlagen van de grondwaterstand hebben ook andere gevolgen. Doordat het veen niet langer volledig onder water staat, komt er zuurstof bij, waardoor het oxideert en verteert. Dit leidt tot bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen, met merkbare gevolgen voor ondernemers en inwoners in Noordwest-Overijssel. Daarom werken in Noordwest-Overijssel verschillende gebiedspartners samen in de Gebiedsgerichte Aanpak Veenweide (GGA Veenweide) om bodemdaling te remmen, de impact ervan te beperken en de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.


Maatschappelijke gevolgen van bodemdaling
De uitstoot van broeikasgassen heeft naast het zakken van de veenbodem ingrijpende gevolgen voor de leefomgeving in Noordwest-Overijssel. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat de maatschappelijke kosten van bodemdaling in Nederland tot 2050 op € 22 miljard. Veel woningen in het veenweidegebied zijn namelijk gebouwd op houten palen. Wanneer deze palen langere tijd droog komen te liggen, treedt er houtrot op. Deze funderingsschade kan leiden tot onveilige situaties.
Naast woningverzakkingen heeft bodemdaling ook grote gevolgen voor de infrastructuur en nutsvoorzieningen in het landelijke gebied. In de openbare ruimte betekent dit schade aan boven- en ondergrondse infrastructuur zoals het wegzakken van wegen, rioleringen, kabels en leidingen. Dit leidt niet alleen tot hoge kosten, maar ook tot overlast en risico’s voor inwoners en ondernemers. Straten moeten steeds vaker worden opengebroken en gemeenten in veenweidegebieden kunnen te maken krijgen met gevaarlijke incidenten, zoals gaslekkages.
Het afremmen van bodemdaling is daarom essentieel om de veiligheid, leefbaarheid en economische vitaliteit in veenweidegebieden te behouden.
Veenweide en water
Het is een zoektocht naar de juiste balans, want om wonen, werken, ondernemen en recreëren mogelijk te maken, ontwatert het waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) veengebieden. Door het wegpompen van water met gemalen daalt ook het grondwaterpeil. De blootstelling van veen aan zuurstof leidt tot bodemdaling en heeft grote gevolgen voor het waterbeheer. Deze bodemdaling zorgt ervoor dat het waterbeheer steeds moet worden aangepast, waardoor het complexer, duurder en mogelijk onhoudbaar wordt. Op sommige locaties in het veenweidegebied bedraagt de bodemdaling 1 cm per jaar. De werkelijke bodemdaling is vaak goed zichtbaar bij bijvoorbeeld hoogspanningsmasten in het gebied. Bodemdaling veroorzaakt naast ecologische en landschappelijke schade, ook schade aan de infrastructuur van het waterschap.
WDOD wil passende waterhuishoudkundige maatregelen treffen om de bodemdaling te remmen. Het rapport ‘Bouwstenen voor Veenweidestrategie 2.0’ biedt hiervoor een eerste opzet met mogelijke maatregelen die zouden kunnen helpen. In sommige delen van het veenweidegebied is het aanpakken van de veenweideproblematiek urgent. In het rapport wordt per deelgebied de urgentie en prioritering aangegeven. Het verder vernatten om bodemdaling te remmen heeft echter ook gevolgen voor het grondgebruik van veenweidegebieden. In de proeftuin Veenweide worden de mogelijke maatregelen verder onderzocht. In de Polder Mastenbroek zijn de gevolgen nu al merkbaar. De bodem daalt hier al decennialang en de waterpeilen sluiten niet meer aan bij het eerder afgestemde peilbesluit. In een peilbesluit wordt bepaald hoe hoog het water moet staan in een bepaald peilvak. Bij een verdere stijging van het peil dreigt wateroverlast. De grondgebruikers in de polder vragen nu al om aanpassingen in de verschillende peilvakken. Daarom neemt WDOD in de polder Mastenbroek ‘geen-spijtmaatregelen’ en start ze met de verkenning voor het herzien van het peilbesluit, waarin de peilen per peilvak worden vastgelegd.
“Het Planbureau voor de Leefomgeving schat de maatschappelijke kosten van bodemdaling in Nederland tot 2050 op € 22 miljard”
WDOD onderzoekt samen met de provincie de effecten van de mogelijke maatregelen voor de watervraag, wateroverlast en het effect op bodemdaling en uitstoot van broeikasgassen. Deze onderzoeken zijn een belangrijke basis voor de Veenweidestrategie 2.0, die de provincie in 2026 wil vaststellen.