Gebiedsgerichte aanpak Veenweide

Noordwest-Overijssel staat bekend om het veenweidegebied met uitdagingen zoals bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen. Via een gebiedsgerichte aanpak werken we met partners samen om bodemdaling te vertragen en de uitstoot te verminderen.

De Kop van Overijssel is een prachtig gebied met uitgestrekte polders, akkers, vogelrijke moerassen en brede rietvelden. Dit gebied staat al eeuwen bekend om de turfwinning, waarbij veengrond werd afgegraven om als brandstof te gebruiken. Nederland als waterland, is goed in het aanleggen van polders.  

Zo zijn de veengronden vroeger ook “ingepolderd” en zijn de waterstanden met een gemaal verlaagd. Omdat het veen niet meer geheel onder water staat, kan er zuurstof bijkomen. Daardoor oxideert het veen en verteert het. Dit veroorzaakt CO2-uitstoot, en door de vertering van het veen zakt de bodem, tot wel 1,5 cm per jaar. De waterpeilen continu aanpassen aan de bodemdaling maakt dat het veen nog sneller oxideert en de bodem daardoor ook nog sneller zakt.

Bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen

In Noordwest-Overijssel zakt de bodem elk jaar ongeveer één tot anderhalve centimeter. Op de lange termijn kan dit problemen veroorzaken voor het landgebruik, watermanagement, funderingen wegen en infrastructuur als kabels en leidingen. Kortom, grote maatschappelijke gevolgen. Om deze problemen te beperken, wil de provincie Overijssel de bodemdaling zoveel mogelijk afremmen en de uitstoot van broeikasgassen verminderen. 

Een van de mogelijke oplossingen is het verhogen van de grondwaterstanden, zodat de veengrond minder oxideert omdat het natter is. Hoewel we al veel weten over het veenweidegebied, is verder onderzoek nodig. Boeren in het gebied spelen hierin een belangrijke rol, omdat zij de belangrijkste gebruikers en eigenaren van de grond zijn.

Gebiedsgerichte aanpak Noordwest-Overijssel

In Noordwest-Overijssel werken we samen aan een duurzame toekomst voor het veenweidegebied via de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest-Overijssel (GGA NWO). Deze aanpak richt zich op twee belangrijke doelen: 

  • het verminderen van stikstofuitstoot en bodemdaling, en
  • het terugdringen van broeikasgasemissies. 

Deze doelen zijn vastgelegd in de Wet stikstofreductie, het Klimaatakkoord en de Regionale Veenweidestrategie. Samen met (gebieds)partners zoals het Rijk, gemeenten, waterschappen, agrarische collectieven en natuurorganisaties zoeken we naar oplossingen met oog voor een toekomstbestendige landbouw, een goed sociaal economisch perspectief en het herstel van natuur, watersystemen en het klimaat. 

Binnen dit proces werken we in drie deelgebiedscommissies (Staphorsterveld, Polder Mastenbroek en Kamperveen, en Wieden-Weerribben) en zeven koploperprojecten aan uitdagingen zoals bodemdaling en het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

De Proeftuin Veenweide speelt hierin een sleutelrol: hier testen we innovatieve maatregelen om de nadelige effecten van veenweidegebieden te beperken. De inzichten uit deze pilots samen met andere inzichten vormen de basis voor de Regionale Veenweidestrategie, die in fasen wordt ontwikkeld.

Het gezamenlijke doel? Noordwest-Overijssel leefbaar, klimaatbestendig en aantrekkelijk houden om in te wonen, werken en recreëren.